Judith sprak openhartig over haar reis met vitiligo. Een weg die al vroeg werd geplaveid met onzekerheid. Ze was twaalf toen de eerste witte plekken haar huid raakten. Onschuldig, bijna onmerkbaar in het begin. Maar langzaam werden ze spiegels van schaamte. In een levensfase waarin je niets liever wilt dan verdwijnen in de menigte, viel zij op. Handen. Oksels. Gezicht. De puberteit, al broos van zichzelf, werd voor haar een strijd tegen haar spiegelbeeld.
Ze vocht terug met alles wat ze kon vinden. Lichttherapie. Zalven met beloftes. En uiteindelijk een lange kuur aan de Dode Zee. Twee maanden lang in zout, zon en stilte. Alles in de hoop te wissen wat haar anders maakte. Om gewoon te lijken. Maar niets hield stand. Geen behandeling die haar echt genas.
Wat wél begon te helen, kwam van binnen. Het sloop naar binnen met de jaren. Met vermoeidheid van het vechten. Met ogen die zachter werden. En met de moed om los te laten wat perfect had moeten zijn.
Tot haar eigen verbazing bood social media geen oordeel, maar een onverwachte hand. Niet via filters of schone schijn, maar door het delen van de rauwe waarheid. Onopgemaakte beelden. Ongefilterde woorden. En toen gebeurde iets zachts: geen afwijzing, maar liefde. Steun. Herkenning. En heel langzaam begon er iets in haar te groeien dat lang had gezwegen. Vertrouwen. Zelfvertrouwen. En misschien wel het meest kostbare: een liefde voor zichzelf, los van hoe haar huid eruitzag.